AUGUSTOOPPO 1939–2015
Contact

Kritische beschouwing

Lingua aperta: twaalf gebaren zonder alfabet

Een wit raster ordent twaalf beelden, maar hun sporen worden geen letters. Krommen, bogen en schaduwen veranderen per vak, tussen gezamenlijk ritme en vrij gebaar.

ASO-0436, door het archief toegekende titel Lingua aperta, 1981, Augusto Salvatore Oppo

Kritische lezing

De fiche van Lingua aperta dateert het werk op 1981 en noemt 69 × 50 centimeter, maar vermeldt geen techniek. De naam is door het Archief gegeven en mag niet als gedocumenteerde titel van de kunstenaar worden behandeld. Witte banen verdelen het horizontale oppervlak in twaalf vakken: vier kolommen en drie rijen. Lichtblauw, zwart, groen en geel keren in bijna alle terug, nooit op dezelfde manier geordend. De vormen zijn krommer dan in veel andere vakcomposities van het corpus: sommige openen zich als bogen, andere sluiten tot lussen en spiralen. Het raster geeft een vaste maat aan een reeks gebaren die exacte herhaling weigeren.

De bovenste rij begint met een hoekig geelgroen teken in bleekblauw. In het tweede vak daalt een brede kromme naar een korte horizontale lijn; in het derde kruist een grote, bijna ronde vorm het vak en wordt door de bovenrand afgesneden. Het vierde bevat een donkere waaier van dicht opeenstaande streken. Vier verschillende oplossingen bestaan dus binnen één rij naast elkaar: hoek, boog, cirkelvormige uitwaaiering en dicht weefsel. De witte scheidingen voorkomen dat ze één figuur worden. Toch herkent het oog verwantschap in de wisselende dikte van de streken en het lichtende blauw erachter. De overeenkomst zit in hun onderlinge werking, niet in een herhaald motief.

De middelste rij bevat de sterkste contrasten. Links tekenen een horizontale zwarte baan en dunne, als druppels ogende sporen het vak; daarnaast is een bruine en groene lus omgeven door bredere donkere partijen. Het derde veld is betrekkelijk open: enkele verticale streken en een klein geel accent geven het lichtblauw ruimte. Rechts lijkt een okerkleurige kromme op zichzelf terug te buigen en een zwarte massa te raken. Van vak tot vak verandert het ritme zoals ademhaling binnen een zin kan veranderen, maar er ontstaat geen ontcijferbare reeks symbolen. Elke vorm bezit een zelfstandige aanwezigheid nog voordat zij in de serie wordt opgenomen.

Beneden wisselen de vier beelden opnieuw verdichting en pauze af. Links overlappen donkere en groene tekens bij een verticale baan; in het tweede vak doorkruist een brede diagonaal het blauw en laat een lichte driehoek achter. In het derde beslaat een grote witte en blauwe kromme, omrand door groen en geel, bijna de hele ruimte. Het laatste beperkt de tekens tot enkele verder uiteenliggende donkere knopen. Handtekening en ‘1981’ zijn zichtbaar in het eerste vak linksboven, gedraaid ten opzichte van de oriëntatie van de foto. Deze plaats aan de rand past bij het geheel: geen enkel vak moet de andere verklaren.

Kritische aspecten

Het raster suggereert een leesvolgorde, maar het beeld eist geen tocht van linksboven naar rechtsonder. Grotere krommen trekken de aandacht eerst aan en leiden haar daarna terug naar bescheidener velden. Een boog boven kan aan een boog onder herinneren; een zwarte balk links vindt antwoord in een donkere massa rechts. Verbindingen steken de scheidingen over zonder ze uit te wissen. In die uitwisseling krijgt de catalogustitel Lingua aperta, ‘open taal’, betekenis: tekens blijven beschikbaar voor nieuwe combinaties, maar functioneren niet als woorden. Open is de manier van kijken, niet een verborgen alfabet. Visuele analogie is nog geen leesbaar schrift.

Wit werkt als afgemeten stilte. De verticale en horizontale banen zijn breed genoeg om de sporen te onderbreken, maar smal genoeg om het werk als geheel te ervaren. Elk vak biedt een betrekkelijk onafhankelijk kleurveld, terwijl terugkerend lichtblauw de serie bijeenhoudt. Verschillen in de intensiteit van blauw zijn belangrijk: waar het lichter wordt, lijken zwarte lijnen naar voren te komen; waar het voller wordt, winnen groene en gele krommen aan helderheid. De structuur dient niet alleen om te verdelen. Ze laat ervaren hoe dezelfde kleur bij een ander gebaar van rol verandert. De scheiding maakt zulke verschuivingen zichtbaar.

De vormen kunnen aan kalligrafische tekens, voorwerpfragmenten of natuurlijke contouren doen denken. De foto biedt geen voldoende grond om die identificaties vast te leggen. Zelfs de sterkste sporen rechtvaardigen geen benaming van specifieke werktuigen, materialen of werkwijzen: de techniek is niet gedocumenteerd. Visueel kan men fijne streken, zacht gemoduleerde velden, scherpere randen en kamachtige donkere zones onderscheiden. Hun relatie, niet een veronderstelde techniek, vormt de kritische kern. Een kromme die een heel vak vult en een klein geïsoleerd teken verschillen ook sterk in schaal. Die wisseling is een motor van de compositie en beïnvloedt hoe lang de blik bij een vak blijft.

De nabijheid van Archivio del vedere, eveneens uit 1981, maakt een nauwkeurige vergelijking mogelijk. Daar bevatten negen bredere velden blauwen en bruinen met vaak horizontale of diagonale sneden; hier geven twaalf smallere eenheden de voorkeur aan krommen, lussen en korte groene en gele accenten. Beide werken gebruiken een wit raster, maar het tempo van kijken verandert. Bij het eerste blijft men langer hangen op grotere, schaduwrijke oppervlakken; in Lingua aperta beweegt het oog sneller tussen gebaren die als afzonderlijke gebeurtenissen verschijnen. Structurele overeenkomst benadrukt zo de vrijheid van de interne tekening. Hetzelfde jaar en dezelfde verdeling bewijzen geen maakvolgorde of gemeenschappelijke code.

Atlante del fare toont in hetzelfde jaar een nog dichter raster van vierentwintig velden, beheerst door diep zwart en gele flitsen. Zijn werking is strakker en sterker contrasterend. Hier laat het blauw ruimte rond de krommen en maakt het netwerk lichter. De vergelijking vestigt geen ontwikkelingsvolgorde tussen drie werken uit 1981; ze toont drie mogelijkheden van verdeling in cellen. Met minder vakken kunnen velden uitgestrekte kleurvlakken worden; met meer krijgt een teken een korter ritme. Deze compositie bewaart een middenpositie met variatie zonder oververzadiging. Het verschil is visueel en compositorisch, niet documentair.

De uitgebreide biografie van Augusto Oppo beschrijft zijn brede praktijk, van schilderkunst tot grafiek en ontwerp. Zijn belangstelling voor de verhouding tussen teken en ruimte vormt een bruikbare context, maar maakt dit werk niet tot een schets voor een tekst, affiche of tentoonstelling. Geen van deze bestemmingen staat in de fiche. De archieftitel blijft evenzeer een hulpmiddel bij het lezen, geen eigenhandige verklaring van de artistieke opvatting. De serie is sterker wanneer het zichtbare wordt gerespecteerd: twaalf op elkaar betrokken, verschillende velden, verbonden door een structuur die vergelijking mogelijk maakt. Een bedachte taal is daarvoor niet nodig.

Beoordeling

Lingua aperta verenigt beheersing en vindingrijkheid. De witte banen beloven een vaste orde; de vormen binnenin wijken daarvan af met krommen van uiteenlopende omvang en dichtheid. Het resultaat is geen catalogus van afzonderlijke tekens, want het blauw en de groene en gele accenten laten vakken op elkaar antwoorden. Het is evenmin één beeld dat enkel in stukken is gebroken: ieder vak behoudt zijn eigen evenwicht. Deze dubbele samenhang laat een kijker op verschillende plaatsen instappen en telkens een nieuwe relatie tussen ver uit elkaar liggende gebaren ontdekken. De standvastigheid van het raster maakt de veranderingen zichtbaar in plaats van ze tegen te houden.

De opener cellen zijn even belangrijk als de voller bewerkte. Het derde vak van de middelste rij laat bijvoorbeeld een lichte pauze die het naburige zwart sterker maakt. De grote kromme onderaan krijgt kracht door de kleinere vormen eromheen. Zonder contrast in schaal en ademruimte kon het raster een ornamentele oefening worden. Oppo houdt het juist gespannen: elk veld lijkt buiten de rand door te kunnen lopen, maar moet stoppen en het volgende ruimte geven. Begrenzing wordt een voorwaarde voor preciezere visuele vrijheid. De witte tussenruimte werkt mee en is geen lege achtergrond.

Onder de gerasterde werken van 1981 valt deze compositie op door de bijna gebaarachtige kwaliteit van haar sporen en het lichtblauw dat ze draagt. Archivio del vedere vertraagt de lezing met negen ruimere velden; Atlante del fare versnelt die met vierentwintig donkere en heldere eenheden. Lingua aperta vindt een cadans tussen deze uitersten zonder een werkelijke taal te verbeelden. Haar waarde ligt in de uitnodiging te zien hoe een vorm door plaats, kleur en nabijheid van betekenis verandert. Het lezen blijft onvoltooid en kan daarom telkens opnieuw beginnen.